Webcams Zell Am See

webcam

» alle webcams

Zell Am See in het kort

  • 9.700 inwoners
  • luchtkuuroord sinds 1961
  • Hoogte 757 tot 2000 meter
  • Populair in zomer en winter
  • Treinstation in het dorp
  • 77 km piste
  • 973 km v.a. Utrecht (9:20 uur)
  • > 300 hotels en appartementen
  • 6 dagen skipas hoogseizoen € 225,-
  • 15 min. v.a. Kaprun

Online Boeken

Via onze website kunt u uw accommodatie in Zell am See én Kaprun direct reserveren. De beschikbaarheid is altijd actueel en u heeft keuze uit maar liefst 423 accommodaties.
» boeken via de VVV
» boeken via touroperator

 

Großglockner, een indrukwekkende tocht door de bergen

De Großglockner in Oostenrijk is met een hoogte van 3798 meter de hoogste berg van Oostenrijk. De Großglockner is gelegen in het Hoge Tauern-gebergte, in dit gebergte ontspringt ook de Pasterze-gletsjer.

De Großglockner is bereikbaar via de Großglockner Hochalpenstraße, die vanaf Zell am See via Bruck richting Heiligenblut loopt. De berg werd in 1800 voor het eerst beklommen door Franz Xaver von Salm-Reifferscheid, bisschop van Gurk-Klagenfurt, in een groep van zes klimmers. De Großglockner Hochalpenstraße is een 47,8 km lange tolweg met veel (genummerde) bochten. De Großglocknerpas is een 2505 meter hoge bergpas op de grens tussen de Oostenrijkse deelstaten Salzburg en Karinthië. De pas, meestal Hochtor genoemd, maakt deel uit van de Großglockner Hochalpenstraße, een hoogalpiene bergstraat die beide deelstaten met elkaar verbindt. Eigenlijk ligt de pashoogte op 2575 meter, maar een tunnel op 2505 meter hoogte zorgt voor de feitelijke verbinding tussen Fusch an der Großglocknerstraße via een andere pas, de Fuscher Törl, naar het Karinthische Mölltal. De route wordt door veel motorrijders verreden. Ook fanatieke fietsers beklimmen deze weg, ondergetekende heeft de Großglockner ook beklommen vanaf beide zijden. De aanleg van de weg begon in 1930, waarbij ruim 3000 arbeiders waren betrokken. De weg werd officieel ingewijd op 3 augustus 1935.

In de zomertijd is de pas van 15 juni tot 15 september afgesloten in de nachtelijke uren van 22.00 uur tot 5.00 uur, in het voor- en naseizoen van 20.30 uur tot 6.00 uur. Met uitzondering van zogenaamd "Anrainer" verkeer! Laatste inrit is telkens 45 minuten voor de nachtsluiting.

De laatste jaren (vanaf 2005) is de afsmelting wel in een stroomversnelling geraakt, als dit zo doorgaat dan is de gletsjer van de Großglockner spoedig verdwenen. In 1860 lag de sneeuwgrens van de gletsjer nog 200 meter hoger dan nu in 2007 en in de ijstijd was het allemaal sneeuw. Sinds 1850 hebben de gletsjers in de Alpen ongeveer de helft van hun volume verloren, zo toonden Zwitserse onderzoekers aan. De laatste jaren is een flinke versnelling van de afsmelt te zien. Zo lijkt het erop dat alleen al de in het Alpengebied extreem warme en droge zomer van 2003 goed was voor het verdwijnen van 5%-10% van het toen nog aanwezige ijs. De onderzoekers vrezen dat het meeste ijs voor het einde van deze eeuw uit de Alpen zal zijn verdwenen, als de opwarming van het klimaat in het gebied in het huidige tempo doorzet. Een uitzondering betreft de hooggelegen gletsjers zoals bijvoorbeeld op het Mont Blanc massief, deze laten een veel geringere tot soms zelfs nauwelijks een afname zien.

Hieronder een drietal foto's van de stand van de gletsjer van de Großglockner, de eerste is van 1980, daaronder 2005 en de laatste is van 2007. Je ziet duidelijk de afstand tussen het bord met het jaar erop en de gletsjer groter worden.

in 1980......

<in 2005....

in 2007......

Gletsjers ontstaan als er in de winter meer sneeuw valt dan er afsmelt in de zomer, dan zal deze sneeuw zich opstapelen en met de jaren zal het overgaan in ijsvorming. Een gletsjer wordt gevormd wanneer dikke sneeuwlagen door hun eigen gewicht aan de onderkant tot ijs worden verdicht. Dit gaat in fasen, sneeuw wordt eerst omgezet tot firn, een korrelige ijsmassa die gevormd wordt doordat sneeuwkristallen onder de toenemende druk van de bovenliggende lagen van vorm veranderen en zich laten herordenen. Onder invloed van sijpelend smeltwater kan dit proces sneller plaatsvinden. Later, dieper in de gletsjer, vormt firn door de toenemende druk wit gletsjer-ijs en tenslotte wordt het verdicht tot blauw gletsjer-ijs. Dit is op onderstaande foto's goed te zien, doordat het ijs nu veel sneller smelt is op sommige plaatsen bijna mogelijk om een dwarsdoorsnede van de ijsmassa te fotograferen. In de gletsjer zitten nu op veel plaatsen dan ook grote gevaarlijke scheuren.

bovenkant gletsjer met vuil grijs ijs........

 

grote gevaarlijke scheuren in het ijs, onderstaande scheuren in het ijs zijn ongeveer één- tot twee meter breed........

daarbij ook levensgevaarlijk diep......

 

op diverse plaatsen staan nu ook waarschuwingsborden met afzettingen.........

de kleurenstructuur van het ijs van de gletsjer, van boven naar beneden: vuil en grijs, wit en overgaand in blauw......

Het ijs wordt door de enorme druk plastisch en kan onder invloed van de zwaartekracht langzaam bergafwaarts gaan stromen cq. glijden. Klimatologische voorwaarden voor het ontstaan van gletsjers zijn voldoende neerslag en voldoende lage temperaturen. Deze omstandigheden doen zich voor in hooggebergten en in de poolgebieden. Aan het eind van gletsjers vindt afsmelting plaats, waarbij het smeltwater uit de gletsjer stroomt en een riviertje vormt dat uiteindelijk uitmondt in een meer.

Onderstaande foto is van het eind van de gletsjer, het is goed te zien dat het ijs daar nog behoorlijke afmetingen heeft t.o.v. de persoon links op de foto. Maar het staat totaal niet in verhouding met decennia geleden.

Op de Großglockner is dat meer al behoorlijk geslonken, zie hieronder.........

Maar vergis U niet op de oppervlakte van het inkrimpende meer, hieronder een tweetal foto's van juli 2007. De twee stippen in het rood omlijnde op de foto links zijn twee personen (foto rechts) die over het deels bevroren meer lopen.

Zoals reeds gemeld is de gletsjer van de Großglockner vanaf 2005 in een sneltreinvaart aan het smelten, dit is ook niet verwonderlijk als men weet dat de klimatologische opwarming in West-Europa de laatste jaren groter was dan ooit tevoren en ook groter dan was verwacht. Dat blijkt ook uit een Engels-Zwitserse studie die onder leiding stond van de Zwitser Paul Della-Marta. Een team onderzoekers ging aan het werk met als basis een reeks van 54 geactualiseerde meteorologische gegevens uit 15 West-Europese landen. Uit de opgemeten temperaturen tijdens hittegolven is nu gebleken dat het Europese klimaat met 1,6°C is opgewarmd sinds 1880, eerdere berekeningen lieten nog een opwarming zien van 1,3°C.

Volgens de wetenschappers zijn de periodes van hittedagen in Europa tussen 1880 en 2005 verdubbeld en het aantal dagen dat als 'heel warm' kan worden beschouwd, is verdrievoudigd in dezelfde periode. In 1880 duurde een hittegolf in Europa nog gemiddeld anderhalve dag, terwijl dat momenteel 3 tot 4,5 dagen duurt. De studie bevestigt ook dat Europa bijzonder gevoelig is voor de huidige klimatologische ontregeling gezien het oude continent sneller opwarmt dan het mondiale gemiddelde.

Hieronder een schematisch overzicht van de inkrimping van de gletsjer van de Großglockner sinds 1851.

 

Hieronder een aantal foto's waaruit de verschillen in de loop der jaren zeer duidelijk zijn. Hieronder links in 1851 en rechts anno 2007.

 

Hieronder bijna 30 jaar verschil tussen eind jaren 70 en 2007.

 

 

Hieronder 13 jaar verschil tussen 1994 en 2007.

 

 

 

De resultaten versterken de mening van de klimatologen dat West-Europa op milieuvlak en op sociaal vlak één van de regio’s zal zijn die het meest getroffen wordt door de globale opwarming en dat we geregeld hete zomers zoals die van 2003 in de toekomst zullen meemaken. In 2003 werd heel Europa getroffen door een hete zomer en die maakte, volgens de laatste schattingen, zowat 70.000 doden. Op veel plaatsen in Europa werd toen de 40°C overschreden. In Portugal werd een recordtemperatuur van 47°C opgemeten.

Ook in 2006 kreeg Europa te maken met een nieuwe hittegolf, maar die duurde minder lang dan in 2003 waardoor de rampzalige gevolgen beperkt bleven. De eerste helft van de zomer 2007 was eveneens bijzonder warm in het zuidoosten van Europa, voornamelijk in Griekenland, Servië en in Italië. Toen stierven meerdere mensen aan de gevolgen van de hitte of in de bosbranden die ontstonden door de langdurige droogte.

De opwarming is ook op grotere hoogte merkbaar, met als gevolg afsmelting van de gletsjers. Op enkele plaatsen is men wel bezig met proeven om gletsjers in de zomerperiode af te dekken met folies, om zodoende het afsmelten te vertragen. Onder andere op een andere Oostenrijkse berg de Hintertüx is men bezig met dergelijke proeven. De afgelopen jaren heeft men in de zomerperiode op de Hintertüx zodoende ongeveer 9000 M² gletscher-oppervlakte afgedekt, men hoopt hiermee jaarlijks rond 30.000 M³ sneeuw te redden voor de volgende herfst- en winterperiode.

Hieronder een foto van zo'n folie op de Oostenrijkse Hintertüx die 3250 meter hoog is, een enorme klus.

Maar in Oostenrijk zijn ze nu wel heel serieus bezig. In de zomer van 2008 op diverse plekken op de Grossglockner werden zelfs kleinere sneeuw-oppervlaktes afgedekt, zie onderstaande foto.

Ook op de Zugspitze is men bezig met dergelijke proeven, op deze manier hoopt men nog wat langer gebruik te kunnen maken van aktieve wintersport.. Maar men is er wel van overtuigd dat het o.a. op de Zugspitze niet langer stand zal houden dan tot rond 2020.

Normaal kan de temperatuur in de zomerperiode op grote hoogte op een aantal dagen best behoorlijk stijgen. Hieronder links een foto op het plateau van de Hintertüx op een hoogte van 2660 meter waar het 14°C werd op 18 juli 2005 om 12 uur. De foto onder is van de Zugspitze waar het op 16 juli 2007 op een hoogte van 2963 meter 15,3°C werd.

 

Maar hoge temperaturen op hoogte moeten niet structureel worden, anders behoort onderstaande foto voor de zomerperiode definitief tot het verleden. Onderstaande foto is van de Hintertüx waar men zomer en winter de wintersport nog kan beoefenen, maar voor hoe lang nog?

Het snel smeltende ijs in de Alpen brengt op allerlei manieren problemen teweeg. Niet alleen verdwijnt een bijzonder stukje natuur, ook komt het op de plaatsen waar vroeger ijs lag geregeld tot puinlawines of aardverschuivingen, vooral in perioden dat het regent. Aardverschuivingen ontstaan ook door het steeds verder smelten van de permafrostgebieden in het hooggebergte. Hellingen worden daardoor onstabiel, grote stukken ervan kunnen zomaar ineens naar beneden storten. Met het ijs verdwijnt een belangrijk deel van de waterbuffer in de Alpen. Indirect heeft dit ook gevolgen voor Nederland, want de waterstand in de Rijn wordt mede bepaald door het smeltwater dat in de zomer uit de Alpen komt. Wordt die aanvoer minder, dan krijgen wij vaker met lage waterstanden in de Rijn te maken.

Ook economisch gezien vormt het verdwijnen van de gletsjers een bedreiging voor het Alpengebied. Tot voor enkele jaren was het zo dat op veel gletsjers het hele jaar door geskied kon worden, de laatste jaren lukt dat vaak niet meer. Tegelijkertijd komt ook in de winter de sneeuwgrens hoger en hoger te liggen. Gebieden met een gletsjer gelden dan nog steeds als sneeuwzeker, maar de omvang van die gletsjers neemt wel af. Om de problemen een hoofd te bieden, hebben veel skigebieden hun toevlucht genomen tot het installeren van sneeuwkanonnen. De enorme hoeveelheden water, die met de sneeuwproductie gepaard gaan en die aan de omgeving worden onttrokken, zijn een zware belasting voor het milieu. Steeds vaker komen uit het Alpengebied dan ook berichten over grote droogtes.

Het krimpen van de gletsjers is overigens niet een typisch Europees probleem, maar wordt op dit moment wereldwijd waargenomen. In Afrika is al bijna geen ijs meer over, het lijkt er op dat de laatste restjes daar in de komende 20 tot 40 jaar zullen verdwijnen. Snel smeltende gletsjers worden verder aangetroffen in Scandinavië, Canada, de Verenigde Staten, het zuiden van Argentinië en in de Himalaya. Ze duiden allemaal op hetzelfde, namelijk dat er sprake is van een sterke opwarming van het mondiale klimaat. Ook op de Noordpool slaat de "warmte" toe, volgens de laatste berekeningen zou de Noordelijke IJszee ook wel eens tussen de jaren 2015 en 2020 voor het eerst nagenoeg ijsvrij kunnen zijn.

Alle bovenstaande foto's zijn gemaakt door Chantal Dute en ondergetekende Herman Dute.
Bron: Weerstation-borculo (Herman Dute)